De brief van Jakobus

Hieronder een voorbeeldtekst om een indruk te geven van de studiebijbel, waaraan het project werkt. Deze Bijbelvertaling heeft als basis de Statenvertaling en de NBG’51, met daarbij aanpassingen gebaseerd op de Aramese Peshitta en Griekse grondteksten. Aan deze tekst wordt nog gewerkt, en ook al doen we ons uiterste best, toch kan ons werk enkele fouten bevatten. Desondanks denken we dat het zeer waardevol is om daarmee dieper de waarheid te leren kennen.

Versie 1.28 – Copyright 2026 – Dit werk mag in zijn geheel vrij worden gekopieerd en doorgegeven, zolang daar geen geld voor wordt gevraagd. Hiervoor hoef je geen toestemming te vragen. Graag een vermelding plaatsen. Wil je voor Gods eer en de bouw van Zijn Koninkrijk gedeelten kopiëren en aanpassen, neem dan gerust contact met ons op. info@Bijbel-Zwaard.nl


Best bekeken in liggende modus
JAKOBUS 1
DUISTERNIS / MIXLICHT / PUUR
1 1:1 Jakobus, een dienaar van God en van onze Meester Jesjoea de Gezalfde; aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn1; sjalom (vrede / compleetheid). 1:2 Acht het allemaal vreugde2, mijn broeders en zusters, wanneer jullie in allerlei verzoekingen3 terechtkomen; 1:3 Want jullie weten dat de beproeving van jullie geloofstrouw4 volharding5 bewerkt. 1:4 En laat de volharding compleet doorwerken, opdat jullie compleet en volledig [toegewijd] mogen zijn, en nergens in tekortschieten.6 1:5 En als iemand van jullie wijsheid tekortkomt, laat hem [het] aan God vragen – Die aan eenieder zonder verwijt geeft – en het zal hem gegeven worden.7 1:6a Maar laat hij daarin geloofstrouw om vragen, zonder [van binnen] verdeeld te zijn8;
1Jakobus schrijft aan alle stammen van Israël en niet alleen aan de Joden (de stam Judah / Jehoudah, waarvan hij ook één is). In de Bijbel kun je de geschiedenis lezen over hoe God de 12 stammen van Israël verdeelde in twee groepen: het huis van Judah (±2 van de 12 stammen) en het huis van Israël (de overige ±10 van de 12 stammen, die momenteel hun identiteit grotendeels zijn kwijtgeraakt onder de volken). (Jer 31:31, Eze 37:16, Hos 12:1, Zach 8:13) Afzonderlijk van elkaar heeft God deze twee huizen van Israël weggestuurd uit Zijn land en verstrooid over de wereld. Jakobus laat ons hier weten dat ook in zijn tijd alle 12 stammen nog verstrooid waren. Alleen een gedeelte van het huis van Judah was toen in het land. Maar de belofte staat: God heeft beloofd dat Hij Israël zal herstellen en alle 12 stammen weer zal verzamelen en maken tot één volk.
2Verzoekingen kunnen we negatief zien, maar door er zo naar te kijken, kan dat ons behoorlijk naar beneden trekken en ons van kracht beroven. Daartegenover, wanneer we de positieve kant van verzoekingen kunnen zien en ons daarop richten, dan geeft dat ons kracht om te volharden. (Neh 8:11)
3Testen of uitdagingen die verleiden om tegen God te zondigen. Maar wanneer we die overwinnen, dan bewerkt dat volharding en komen we sterker uit de strijd.
4Waarom we dit vertalen met ‘geloofstrouw’ wordt uitgelegd in de studie; “De rechtvaardige zal leven door …“.
5Standvastigheid / zelfbeheersing / uithoudingsvermogen. Dat dit een essentieel onderdeel van het geloof (de geloofstrouw) is, maakt Jakobus in wat hij verder schrijft duidelijk. (zie vers 6-8, 12, 14-15, 25 & 26-27) (Rom 5:3, 2Pet 1:6, Heb 12:1, 10:36)
6(zie vers 12 & 26-27) (2Tim 2:21, 3:16-17) Het is een training, een vorming waarin we moeten samenwerken met Gods Geest. (Rom 8:13, 1Pet 1:22)
7(Heb 2:18, 1Kor 10:13, 1:8, 2Pet 2:9)
8Wij mensen zijn verdeeld wanneer we het ene moment ervoor kiezen om Gods wil te doen, en een ander moment onze eigen vleselijke wil. We dienen dan twee heren en zijn dan dubbelhartig, waardoor we, als door een wind, heen en weer worden geblazen als de golven van de zee. God roept op om standvastig en trouw aan Hem te zijn, zodat we de kroon van het leven ontvangen. (zie vers 12) (Open 3:10-12)
1:6b Want wie [van binnen] verdeeld is, lijkt op de golven van de zee, die door de wind heen en weer geblazen worden.7 1:7 Diegene moet niet verwachten dat hij iets zal ontvangen van de Eeuwige. 1:8 Want wie dubbelhartig is, is onstandvastig in al zijn wegen.8 7Het Hebreeuwse woord ruach betekent: geest, wind en adem. (Joh 3:8) Gods Geest maakt waarheid bekend; veel andere geesten blazen leugens rond. (Joh 16:13) Wij mensen kunnen door verschillende ‘winden’ ons laten sturen.
8Dubbelhartig zijn we wanneer we ons gedeeltelijk laten sturen door Gods Geest en gedeeltelijk door ons vlees (een andere geest dan die van God). (Rom 8:5-9, Open 3:16) Dit maakt dat we niet alleen God dienen en liefhebben, maar ook nog een andere heer. (Mat 6:24)
9Zijn verhoogde staat bij God. (Luk 10:20, Gal 3:28) 1:9 Maar laat de nederige (arme / afhankelijke) broeder of zuster zich verheugen in zijn verhoogde staat.9
1:10 En de rijke9 in zijn vernedering, omdat hij zal voorbijgaan als een bloem van het gras. 1:11 Want de zon komt op met zijn brandende hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk verdwijnt. Zo zal ook de rijke met zijn ondernemingen verwelken.10 9De rijke zou ook kunnen verwijzen naar de hoogmoedige.
10(Mat 13:22, 19:23)
1 TIMOTHEÜS 6:9-10 “Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en [in] een strik en [in] veel dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want de liefde voor geld (geldzucht / materialisme) is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te verlangen zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zichzelf met vele smarten doorboord.”
12Die niet aan de begeertes van zijn vlees toegeeft. (zie vers 14 & 26, Gal 5:17-21, Gal 5:24, Rom 8:13, Efe 6:11-13, 1Kor 10:13, 2Pet 2:8-9) Over het bevrijd zijn van zonde kun je de studie “werkelijk vrij!/?” lezen.
13De test / verzoeking heeft doorstaan. (Luk 21:19)
14Het koningschap met het eeuwige leven. (Open 3:11, 20:6, 20:10, 22:5, Dan 7:27, Psa 21:4-5)
15Onderdeel van liefhebben is in verzoekingen trouw blijven. (Deu 7:9, Joh 14:21-24, 1Kor 9:23-27)
1:12 Zalig is de mens die de verzoeking weerstaat,12 want als hij de proef heeft doorstaan,13 zal hij de kroon van het leven ontvangen,14 die God beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben.15
1:13 Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word door God verzocht. God immers kan niet verzocht14 worden met het slechte; [daarom] verzoekt Hij ook niemand.
14God is volkomen goed en het slechte kan nooit uit Hem voortkomen. Daarom kan de verleiding waardoor wij verzocht worden ook nooit van Hem komen. Hij zal nooit een struikelblok voor ons neerleggen. (Psa 145, 1Joh 1:5, 2:10)
1:14 Maar elk mens wordt verzocht door zijn eigen lusten,17 waardoor hij gelokt en beetgenomen wordt.18 1:15 Wanneer dit [verkeerde] verlangen ontvangen wordt [maakt dat ons hart zwanger en] baart het zonde.19 En wanneer de zonde is volbracht, brengt het de dood voort. 15De begeertes die voortkomen uit de wil van het vlees.
1 JOHANNES 2:15-16 “Heb de wereld niet lief, en ook niet dat wat daarin is. Want als iemand de wereld liefheeft, dan is de liefde van de Vader niet in hem. Want alles wat in de wereld is; [zoals] de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de trots van de wereld, het is niet van de Vader maar van de wereld.”
16Begeren zet een vleselijk denken in ons in werking dat ons door redenaties verlokt om toe te geven. En wanneer we toegeven, dan zondigen we tegen God en wandelen we in strijd met Zijn Geest. (Gal 5:16-17, Jak 4:4)
17(Mat 15:19)
18De Allerhoogste is de Bron van al het goede, de satan daarentegen is de bron van al het slechte. (Joh 8:38-44, 1Joh 1:5, 3:8)
19Hij is voor eeuwig en altijd dezelfde. Hij is de Rots. Daarom staat ook elk woord van Hem voor eeuwig vast. (Deu 32:4, Psa 102:28, Mat 5:48, Mar 13:31, 1Sam 15:29, Jes 26:4, 40:8, Mal 3:6, Num 23:19, Jak 1:17)
20 1 PETRUS 1:22-23 “Nu jullie je zielen (inclusief hart en levenswandel) hebben gereinigd door de gehoorzaamheid aan de waarheid tot ongeveinsde broederlijke liefde, heb elkaar dan vurig lief uit een rein (puur / zuiver) hart; jullie, die wedergeboren zijn, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad; door het levende en eeuwig blijvende Woord van God.”
21(Open 14:4, Num 18:12-13, 28:26, Deu 26:1-10)
1:16 Dwaal niet (in je denken), mijn geliefde broeders en zusters! 1:17 Iedere goede gave en elk compleet geschenk daalt neer van boven en komt van de Vader van het licht,18 bij Wie geen verandering is of een schaduw van omkeer.19 1:18 Naar Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van waarheid,20 opdat wij als ‘eerstelingen van Zijn schepping’ zouden zijn.21
1:19 Daarom, mijn geliefde broeders en zusters, ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken22 en langzaam tot boosheid;23
22Niet gelijk reageren vanuit vleselijke prikkels, maar met Gods Geest beheerst en doordacht. (1Pet 3:4, Spr 16:32)
23(Psa 37:1-8, Pre 7:9, Spr 12:16, 14:29, 15:18) Verderop in de brief waarschuwt Jakobus er ook voor dat we moeten uitkijken dat we ons niet ergeren aan de ander. (Jak 3:10-18, 5:9)
1:20 Want de boosheid van de mens bewerkt niet de rechtvaardigheid van God.24 24Door boosheid kunnen we vaak niet meer onze naaste liefhebben als onszelf en zondigen we tegen God. Daarom moeten we ook uitkijken voor de dingen die voorafgaan aan onze boosheid, zoals ergernissen. (Psa 37:8, Gal 5:20)
1:21 Daarom, afleggende alle vuiligheid en alles wat is overgebleven aan slechtheid, ontvang in nederigheid de inplanting van het Woord dat jullie zielen kan redden (zalig maken).23 1:22 Nu, wees daders van het Woord24 en niet alleen hoorders, [want anders] bedriegen jullie jezelf.24
23(Jak 1:18, 2Tim 3:15-17, Joh 8:51) Dit verwijst naar Gods Wet die in ons hart geschreven moet worden. Jakobus legt in de volgende verzen uit hoe Gods Woord / Wet meespeelt en deel is van onze redding / zaligheid. (Jer 31:33)
24In de tijd van Jakobus waren de brieven van de apostelen nog niet gecanoniseerd en deel van de Bijbel. Met het Woord verwijst hij naar de Wet van Mozes. (zie vers 25, Jes 2:3, 40:8)
24We bedriegen onszelf als we denken dat onze zaligheid alleen afhangt van geloof en niet van werken. Ook verderop probeert Jakobus ons daarvoor wakker te schudden. (Jak 2:19-26)
1:23 Als iemand immers een hoorder is van het Woord en geen dader, dan is hij als iemand die zijn uiterlijk in een spiegel bekijkt, 1:24 zichzelf ziet, verdergaat en vergeet hoe hij eruitzag.
25(Psa 19:8, 18:31, 119:29-30, 2Sam 22:31, Deu 4:8)
26De waarheid maakt vrij. (Joh 8:31-32) God is de Bron van waarheid. Het doen van wat Hij door Zijn Woord / Wet zegt leidt altijd naar de vrijheid. (Psa 119:45, 142, 151, 160) Er is ook een andere wet, die van de slavernij. (Rom 7:22-23)
27Werken maken het geloof compleet. Zonder werken is het geloof dood en zullen we nooit zalig worden. (Rom 2:13, 2:25-27, Jak 2:24)
28Voor wie zich willen bekeren van hun zonden heeft God een geestelijke spiegel gegeven. Wie gaat doen wat God zegt, reinigt zich van zijn besmettingen. (Rom 6:16, 1Joh 3:3, 7, Efe 5:26-27, Joh 15:3)
1:25 Maar wie zorgvuldig kijkt (zich verdiept) in de complete Wet;25 die van de vrijheid,26 en daarin blijft; die zal, omdat hij niet een vergeetachtige hoorder is geworden, maar een dader van de werken,27 zalig zijn [mede] door wat hij doet.28
1:26 Wie denkt dat hij God dient, maar niet over zijn tong heerst, bedriegt [zichzelf] in zijn hart.29 Zijn dienen [van God] is nutteloos (te vergeefs).30 29(denken / redeneren)
30Omdat diegene zich niet volledig heeft bekeerd / gereinigd van zijn wetsovertredingen / bevlekkingen, zal hij niet gered / zalig worden en daarom is wat diegene wel denkt voor God te doen voor hem nutteloos. (1Joh 1:6-7) Hierom moeten we ook niet snel zijn met ons spreken of snel boos worden. (Jak 1:19) De test moeten we doorstaan om de Kroon van het leven te kunnen ontvangen. (Jak 1:12)
31De wereld verwijst naar de lusten van ons vlees en de mensen die daarnaar wandelen. (1Joh 2:15-16, Tit 2:11-12, 2Pet 2:20) Ook als we niet door Gods Geest heersen over onze tong, horen we bij de wereld. Wij moeten uitkijken dat onze vleselijke lusten niet over ons heersen, want als we de proef niet doorstaan, dan verliezen we de kroon van het leven. (Gal 5:21, 1Kor 10:13, 2Pet 2:8-9a & 3:14, Open 3:2-6)
1 JOHANNES 5:18-19 Wij weten dat ieder die uit God geboren is, niet zondigt; maar wie uit God geboren is, bewaart zichzelf en de slechte (satan) heeft geen vat op hem. (Jak 4:7) Wij weten, dat wij uit God zijn, maar dat de hele wereld in het slechte ligt.”
1:27 Want dit is het zuivere en onbevlekte dienen van God de Vader: omzien naar wezen en weduwen in hun moeilijke omstandigheden en zichzelf onbesmet (vlekkeloos / rein) bewaren van de wereld.31
DOODLEVEN

Op het PDF-icoon kun je klikken om Jakobus 1 als PDF te downloaden. Je kunt die dan offline bekijken en uitprinten.