Kolossenzen
Hieronder een voorbeeldtekst om een indruk te geven van de studiebijbel waaraan het project werkt. Deze Bijbelvertaling heeft als basis de Statenvertaling en de NBG’51, met daarbij aanpassingen gebaseerd op de Aramese Peshitta en Griekse grondteksten. Aan deze tekst wordt nog gewerkt, en ook al doen we ons uiterste best, toch kan ons werk enkele fouten bevatten. Desondanks denken we dat het zeer waardevol is om daarmee dieper de waarheid te leren kennen.
| DUISTERNIS / MIX | LICHT / PUUR |
|---|---|
| 1We worden opgeroepen om ons te richten op Gods wil en heerschappij. (Mat 6:33, Mat 7:21) Dit betekent dat we Hem over alles in ons leven laten regeren. (Zie vers 17) 2Dit verwijst naar het samen regeren met God. 3De lusten van het vlees. (1Joh 2:16-18, Tit 2:11-14, Joh 16:8, Gal 5:24, 6:14, Jak 1:27, Rom 6:16, 2Pet 1:3-4, 2:18) 4Om over te steken vanuit de duisternis naar het licht (uit de wereld naar Gods koninkrijk / heerschappij) moet onze vleselijke wil sterven. De wil van ons vlezen lichaam moet worden gedood. (Gal 5:24, 1Joh 2:15-17) 5(Rom 8:19, 1Joh 3:2) | 3 3:1 Als jullie dan met de Gezalfde opgestaan zijn, zoek dan de dingen die boven zijn,1 daar waar de Gezalfde (Koning en Hogepriester) aan de rechterhand van God zit.2 3:2 Voed jullie denken dan met de dingen die boven zijn en niet [met] die hier op de aarde zijn,3 3:3 want jullie zijn dood (voor de wereld en haar lusten4) en jullie leven is met de Gezalfde verborgen in God. 3:4 En wanneer de Gezalfde, Die ons leven is, geopenbaard zal worden, dan zullen ook jullie in heerlijkheid met Hem geopenbaard worden.5 |
| 3:5 Dood dan jullie leden die op de aarde zijn:6 seksuele zonden, onreinheid, hartstocht, slechte verlangens, en gierigheid, wat gelijk staat aan afgoderij.7 3:6 Door deze dingen komt ook de toorn van God over de kinderen die ongehoorzaam zijn.8 3:7 In het verleden hebben ook jullie in deze dingen gewandeld toen jullie daarin leefden.9 3:8 Maar nu, leg ook al deze dingen van je af: woede, boosheid, slechtheid, laster en schandelijke taal uit jullie mond.10 3:9 Lieg niet tegen elkaar, maar trek de oude mens11 met al zijn daden uit… | 6Paulus spreekt hier over het onderscheid tussen de heilige en rechtvaardige levensstijl dat boven bij God in Zijn volkomen goede Koninkrijk is, en de onrechtvaardige levensstijl die alleen hier op aarde aanwezig is. Om uit deze wereld te komen en deel te zijn van Gods Koninkrijk roept Paulus op om dat gedeelte van onze menselijke natuur dat bij deze wereld hoort, af te leggen / uit te trekken / te doden. We doen dit door te stoppen met het luisteren en toe te geven aan onze vleselijke lusten / wil en ons denken te voeden met de dingen die boven zijn, Gods ideeën over rechtvaardigheid, liefde en heiligheid. (Rom 8:13) 7Door verkeerde hartstochten en slechte verlangens bedenken we de dingen die hier op aarde zijn, en niet die bij God in Zijn Koninkrijk zijn. Hierdoor dienen we ook niet God, maar onszelf. 8Wanneer wij zeggen dat we gestorven zijn aan onze eigen wil (de oude mens hebben uitgetrokken), maar toch nog ongehoorzaam zijn, dan bevinden we ons niet in Gods Koninkrijk, maar zijn we nog deel van deze wereld (de duisternis). (1Joh 2:9) We zouden dan suggereren dat die vleselijke werken deel zouden zijn van Gods Koninkrijk. Hierdoor vertekenen we Gods Koninkrijk en verkondigen we niets anders dan een leugen. Iets waar God terecht toornig over kan zijn. (Joh 3:36, Luk 6:46, Efe 5:5-6) 9Zolang wij ons bezig houden in ons denken met de dingen, de lusten van de wereld, dan leven we ook daarin. Maar we worden opgeroepen om die nieuwe mens te zijn die zijn denken vult met de dingen die boven zijn. (Mat 6:21-24) 10Al deze dingen zijn niet boven in Gods Koninkrijk, maar horen bij deze wereld. 11Onze oude natuur / vleselijke wil. (Gal 5:24) |
| 12De Aramese en Griekse tekst verschillen hier van elkaar. In het Grieks worden de Scyth genoemd. Misschien dat Paulus hiermee verwijst naar de beschaafden en de onbeschaafden. Of naar de mensen die deel zijn van de samenlevingen en de uitgestotenen van de samenleving; dit kunnen individuen of groepen zijn die door armoede, ras, geloof of levenssituatie niet uitmaken van de sociale norm. (1Sam 22:2) 13Het maakt niet uit wat onze status in de wereld is, als onze vleselijke wil niet meer in ons leeft maar de Gezalfde, dan zijn we deel van Zijn lichaam / volk waarbinnen iedereen gelijk is. 14Liefde is de samenbinder die alles compleet (en levend) maakt. (1Kor 13:1-3) Zonder liefde zijn onze werken, en is ons geloof, dood. 15Wanner we iets doen dat tegen de wil van de door God gezalfde Koning ingaat, dan doen we dat niet in Zijn naam. Alles wat we zouden doen dat niet overeenkomstig Zijn wil of opdracht is, doen we niet in Zijn Naam maar in naam van een ander. Daarom worden we opgeroepen de dingen te zoeken die boven zijn en ons denken daarmee te voeden. (Kol 3:1-2) 16In plaats van de naam Jezus gebruiken wij de naam Jesjoea. Het is de Allerhoogste die de Hebreeuwse naam ישוע (Je-sjoe-à) aan Zijn Zoon gaf; wat Hij verlost of Hij zal verlossen betekent. Het is een vervoeging van ישע (Ja-sja) het Hebreeuwse werkwoord voor bevrijden / verlossen / redden. Deze Hebreeuwse naam is naar het Grieks vertaald met: Iēsous. En deze Griekse naam hebben de Nederlandse vertalers op hun beurt vertaald naar Jezus. Omdat God met een doel de naam Jesjoea met zijn betekenis heeft bepaald en omdat wij in de wereld willen getuigen dat God, de beloofde Zoon van David, Zijn Gezalfde in deze wereld heeft doen geboren worden uit het Joodse geslacht, kiezen wij ervoor om de naam Jesjoea te gebruiken. 17Hiermee worden hun fysiek tastbare meesters bedoeld waarvan zij slaven / dienaren zijn. | 3:10 …en doe de nieuwe [mens] aan, die vernieuwd wordt in kennis, naar het evenbeeld van zijn Schepper. 3:11 Daar waar geen [onderscheid wordt gemaakt tussen] Jood of niet-Jood, besnedene of onbesnedene, Griek of Barbaar12, slaaf of vrije, maar de Gezalfde is alles en in [hen] allen.13 3:12 Bekleed je daarom, als uitgekozen van God, heiligen en geliefden, met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. 3:13 Verdraag en vergeef elkaar wanneer iemand tegen iemand anders een klacht heeft; gelijk ook de Gezalfde jullie vergeven heeft, zo moeten ook jullie doen. 3:14 Met al deze dingen [doe aan] de liefde, wat de band (riem) van de compleetheid is.14 3:15 En de vrede van de Gezalfde zal heersen in jullie harten, waartoe jullie ook in één lichaam geroepen zijn. En dank de Gezalfde. 3:16 Laat Zijn woord in rijke mate in jullie verblijven, elkaar onderwijzend en terechtwijzend in alle wijsheid, zingende psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, met genade in jullie harten tot God. 3:17 En alles wat jullie doen met woorden of met daden, doe alles15 in de Naam van de Heer Jesjoea16 en dank door Hem, God de Vader. 3:18 Vrouwen, wees jullie mannen onderdanig, gelijk gepast is in de Gezalfde. 3:19 Mannen, heb jullie vrouwen lief en wees niet bitter naar haar. 3:20 Kinderen, gehoorzaam je ouders in alles, want dit behaagt de Heer. 3:21 Vaders, prikkelt jullie kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden. 3:22 Slaven, gehoorzaam [jullie] heren naar het vlees17 in alles. Niet met ogendienst als mensenbehagers, maar met een onverdeeld hart, vrezende de Eeuwige. 3:23 Wat jullie ook doen, verricht jullie werk van harte, als voor de Heer en niet voor mensen; 3:24 Wetende dat jullie van de Heer tot vergelding de erfenis zullen ontvangen, want jullie dienen de Eeuwige [en] de Gezalfde. |
| 3:25 Want wie onrecht doet, zal zijn onrecht terugontvangen, en er is geen aanzien van de persoon.18 | 18God trekt niet de gelovige voor op de ongelovige of de Jood voor op de niet-Jood. We zullen allemaal rechtvaardig geoordeeld worden naar onze eigen werken. |
| DOOD | LEVEN |


